In de negentiende eeuw is aan de kust van Carolina een klein gemeenschap van strandjutters gevestigd. Zij laten moedwillig schepen op de klippen lopen om vervolgens de aangespoelde buit voor grof geld te verkopen. De leider van de bende is Ezekiël Throag; een boom van een vent die met ijzeren vuist en zonder enige scrupules regeert.
Marianne Harper is vijftien jaar oud als ze gedwongen wordt het bed te delen met Jude, zoon van Ezekiël.
Dan, op een stormachtige ochtend vindt zij een jongeling, die Phillip Courtwright blijkt te heten. Zij beseft dat hij ten dode opgeschreven is als de strandjutters hem vinden en verbergt hem in een onbewoonde en afgelegen hut. Zij worden betrapt door Jude. Phillips lot blijkt bezegeld, doch hij heeft geluk aan zijn zijde en slaggt erin de veel sterkere Jude te overmeesteren en te doden.
Samen vluchten zij naar veiligere oorden en naar een wereld waar Marianne gee weet van heeft.