Witte zwanen, zwarte zwanen is het verhaal van Rudolph, Thomas en Gretchen, kinderen van een verbitterde, teleurgestelde Duitse immigrant. Opgegroeid met het stereotiepe credo: Amerika - land van onbegrensde mogelijkheden, land van het succes voor wie maar wil, jaagt ieder op zijn eigen wijze het geluk na, vastbesloten zich een eigen 'plaats' te veroveren. Rudolph - intelligent, leergierig; Thomas - rauw, twistziek en cynisch en Gretchen - mooi en verre van overtuigd door haar moeders tirades tegen de 'seks'.
Beginnend met de jeugdjaren in een klein stadje nabij New York volgt de schrijver de kinderen van de familie Jordache via Greenwich Village, Hollwood, een klein plaatsje op het platteland, naar de praalzieke lustoorden aan de Middellandse Zee. Met snelle en toch zekere penseelstreken schildert hij een weids panorama van het Amerika na de Tweede Wereldoorlog. Van MacCarthy's hysterische heksenjacht op communisten tot de snelle succesverhalen van de naoorlogse hausse.