Kate Karko ontmoet de Tibetaan Tsedup tijdens een vakantie in Noord-India, waar hij in ballingschap leeft. Ze worden verliefd, trouwen en gaan in Engeland wonen. Na negen jaar heimwee krijgt Tsedup eindelijk de toestemming om zijn familie te bezoeken. Kate zegt haar baan op en gaat wonen in een tent op 'het dak van de wereld'. Ze wordt hartelijk verwelkomd als stamlid en krijgt de naam 'Namma' wat bruid betekent. Iedere ochtend melkt Kate hhar eigen yak. Gebrek aan privacy en de enorme culturele verschillen leiden tot een botsing met Kates eigen identiteit. Maar ze vindt altijd troost bij Tsedup en in de wetenschap dat haar nomadenfamilie haar volledig accepteert.