'Aman' betekent 'waarheid' in het Arabisch. De Somalische vrouw die haar levensverhaal aan een Canadese antropologe vertelde, noemde zich Aman ten teken van haar openhartigheid en om aan te geven dat ze niets verzwijgt. In haar levendige vertelling roept zij een beeld op van het Somalië in de jaren vijftig en zestig, het Somalië van haar jeugd. Aman groeide op in een nomadische stam en trok rond met de kuddes van haar moeder van waterput naar waterput. Door een epidemie onder het vee verloren zij hun beesten. In een dorpje leerde zij een blanke jongen kennen. Dat leidde tot problemen omdat contacten tussen blank en zwart door geen van beide groepen geaccepteerd werden. Zij ontvluchtte het benauwde dorpsmilieu en hield zich in de hoofdstad Mogadishu staande als 'gezelschapsmeisje'. Amans leven weerspiegelt de geschiedenis van Somalië: de overgang van een traditionele stammenmaatschappij naar een moderne geïndustrialiseerde samenleving blijkt erg zwaar. In een nawoord wordt de positie van de vrouw in het oude Somalië helder uiteengezet.